Linda werd wakker van een luide knal. Ze zat recht overeind en klikte het lampje boven het bed aan. Ze zag dat het bed verder leeg was. Het dekbed van Arnold lag verfrommeld bij het voeteneinde. Er klonk nog een luide, blikachtige knal.

“Arnold?”, riep ze in de richting van de openstaande slaapkamerdeur.

Geen antwoord.

Het was weer juli en dat betekende voor Joke van der Zanden maar één ding: naar de Kralenwinkel, om een nieuwe kralenketting te kopen voor het nieuwe schooljaar. Ze was kunstdocente aan de Gerrit-Pieternel-Goudanschool in Weerwijk, waar ze met veel plezier werkte. Joke’s vorige ketting had het na een jaar begeven, wat voorspelbaar was – de kralenkettingen van haar favoriete kralenwinkel waren zo schitterend, maar gingen zo snel stuk!

Ze koos speciaal voor de gelegenheid een van haar kleurigste bloemenjurken uit, zette haar bril met vlindermontuur op en liep opgetogen naar de bushalte. 

Peter had een cabine in zijn tuin, de ‘sauna’ zoals men deze zo liefkozend noemde.

‘Stap maar in de Sauna! En kom hier met dat handdoekje, die heb je zo toch niet nodig’ riep hij tegen zijn gasten.

‘Wat heerlijk, een sauna in je tuin! Echt even lekker genieten!’ 

De gast stapte erin, Peter vergrendelde de deur en activeerde de sauna met een dramatische druk op de rode knop.

‘Laat Sjoerd de Nijvere absoluut niet los’ was het dringende advies aan het bestuur van inrichting Het Lepeltje in Klazienaveen. 

‘Hij zal wéér proberen om een nieuw geloof op te richten, met alle gevolgen van dien’ 

De directeur wuifde alles weg.

‘Sjoerd? Die kan zo weer de arbeidsmarkt op joh. Hij kan schoenen ritsen, graten draaien of aardappels pellen. Bovendien wordt er weer snoeihard bezuinigd, we moeten écht de helft laten gaan. Al die gekken moeten de straat op! Allemaal! En dan laten we echt niet de kindervreters of duivelsklonen los, maak je niet druk. Lieverds als Sjoerd, die zijn perfect voor de wereld. We komen gewoon niet rond, dus ja, wat dan he?! Dan past de wereld zich maar aan – met open armen zullen ze onze lieve knettergekkies moeten ontvangen!’

‘SchijnFestijn3000-X Hypermulti, straatlantaarn en burgerbeheersing. Camera’s, sensors, infrarood, laserfocus, onmiddellijk hoofdschot gegarandeerd!’ Iedereen kende de reclame, herkende deze straatlantaarns uit duizenden, iedereen moest op de hoogte zijn van hun  machtige moordpotentieel.

Het apparaat zag en volgde je overal, vuurde een waarschuwingslaser af, flitste drie keer, luidde een stoomhoorn en dan was je morsdood. Het was oppassen geblazen in de buurt van dit gevaarte.

Het bevel was gegeven. Via een telegram. Moeder, normaal vrolijk, keek ernstig. Vader was zenuwachtig. ‘Kind’ fluisterde moeder, ‘kom eens bij me. We gaan een reisje maken, het zal lang duren. Neem nog een bord pap, drink nog een glas melk. De Koets komt ons halen.’

Vader knikte naar moeder, ze spraken in een taal die de kinderen nog niet begrepen. 

En daar, in die nieuwbouwwijk in Houten, stopte inderdaad een zwarte koets, getrokken door twee schrikwekkende zwarte rossen – hun ogen leken te branden als kooltjes in de nacht.

Introductie

“U heeft een afspraak met uw nieuwe internist, mevrouw Bondanus, met dokter Pascernal. Woensdag om twee uur. Melden aan de balie. De dokter verzoekt of u wellicht, als het zou kunnen, uw geboortecertificaat kunt meenemen. Het is enorm belangrijk, niet vergeten.”

Truda Bondanus begon gelijk te stressen en haar kinderen uit te schelden. Dit deed ze altijd als ze gestresst was. Ze sneed een prei doormidden, verhitte een pan boven het vuur en liet de halve prei aanbraden. Zodra deze zwart was deed ze er knolraap en kaas op.

Het was allemaal begonnen met een leuke spelletjessite. 

Op Superspellen.nl had ze zoals gebruikelijk op Keesworstdansen geklikt, haar favoriete spelletje, waarbij ze Keesworsten in slijmerige gaten moest wriemelen. Uren was ze er obsessief mee bezig. Haar echtgenoot had inmiddels een gruwelijke schijthekel aan de geluiden van het spelletje gekregen.

‘Doe verdomme eens een koptelefoon op, klerewijf! Nog één keer zo lang in de nacht doorspelen en ik schijt in je computer’

Gerda bleef geconcentreerd staren naar de Keesworsten. 

‘Wat zeg je?’

Wij Zijn de Knoflookgeneratie was hét TV programma dat de nieuwe generatie definieerde. De gehele jeugd, die met zwarte wallen onder de ogen tijdens een van de vele lockdowns naar een streaming service zat te kijken, raakte binnen één week in zwang van het nieuwe programma. De ‘hype’ was ongekend en snel; via hun kleine handcomputertjes waar ze ieder moment naar keken werden ze op het bestaan gewezen, waarna zij de TV aanzetten en floep! Daar was de show; deze was alleen te streamen via Harbycon Media, een oost-Oezbeekse organisatie gelieerd aan drie schimmige media-miljardairs, maar dat wilde niet deren. Iedereen keek het, want tja, wat zou je anders doen? De Geitenmazelen gingen immers rond, je mocht niet naar buiten!

‘Spektakel spektakel! Gerrit zit in de auto, onderweg naar de rechtbank! Megamoord, het is mega- megamoord! De Moordkaravaan gaat dóór! Duizenden doden, bloed, geratel en geronk van knetterende kettingzagen, spuit-darm en gruis-bot!’ De presentator bracht het met zijn perfecte, oogverblindend witte glimlach. Zijn pak schitterde en glom; de kijkers smulden.

Zo ook familie Knuistermans; klappertandend zaten ze voor hun reusachtige flatscreen TV met emmers popcorn. Een auto racete over een snelweg, omgeven door vele politiewagens met zwaailichten en sirenes.