De deuren van de bus sloegen achter hem dicht. Daar stond hij, aan de voet van Winkelcentrum Het Potje waar de poelier, lederhandel, snoepwinkel, kruidenier en kledingboetiekjes door de jaren heen waren opgeslokt door filialen van de Action, Kruidvat, Zeeman en Aldi. Het miezerde zachtjes op deze grijze Novemberdag, maar aan vrolijkheid ontbrak het hem geenszins. De aanblik van de Kruidvat, Zeeman en Action deed zijn hart sneller kloppen.

“Waar zal ik beginnen?”, vroeg hij zich hardop af.

Hij keek op zijn Hello Kitty horloge en zag dat het vijf voor half negen was. Hij was precies op tijd voor de opening van de Action en de Kruidvat. De Aldi en Zeeman zouden een half uur en een uur later open gaan.

“Action of Kruidvat. Action of Kruidvat. Action of Kruidvat”, tobde hij met een ernstig gezicht. Om de keuze te vergemakkelijken, pakte hij stukken hout van een zelfgemaakt doolhof en een dikke rat uit een grote Action draagtas. Nadat hij het houten doolhof in elkaar had gezet in het midden van de winkelstraat, precies tussen de Action en de Kruidvat in, liet hij de rat los. Deze kon kiezen uit twee tegenovergestelde uitgangen; een uitgang in de richting van de Action en een uitgang in de richting van de Kruidvat. De gekozen uitgang van de rat zou bepalen waar hij deze dag zou beginnen.

Hij ging op zijn hurken naast het doolhof zitten en schreeuwde tegen de rat alsof zijn leven ervan af hing. Het beest was totaal in paniek en rende een paar minuten lang als een kip zonder kop in de gangetjes van het doolhof totdat hij de uitgang in de richting van de Kruidvat gevonden had. Bij die uitgang deed het beest zich tegoed aan een blokje kaas met een Chinees vlaggetje erin.

“Hé, dat is niet eerlijk!”, protesteerde een kleuter die vanaf de andere kant had meegekeken naar het schouwspel. “Je hebt het doolhof zo gebouwd dat de rat maar één kant op kan. Dat is valsspelen!”.

Hij keek geirriteerd omhoog, wetende dat de kleuter gelijk had. Hij deed er immers alles aan om zijn dag bij de Kruidvat te beginnen. De kleuter gleed weg in een luide huilbui. Zijn moeder kwam aangerend en trok het joch weg aan de arm, hem erop attenderend niet met kinderlokkers in lange grijze jassen te praten. Deze moeder had gelijk over de lange grijze jas, maar kinderlokker? Die aantijging had hij nog nooit gehad. “Kinderlokkers dragen vaak lange grijze jassen, maar die hebben daar toch geen geel-groen geruite trui, paars overhemd en navelpiercing onder?”, dacht hij.

Hij keek weer op zijn Hello Kitty horloge die nog steeds op vijf voor half negen stond. Vervolgens keek hij naar de kerkklok achter de winkelstraat die aangaf dat het half negen was, dus zette hij zijn Hello Kitty horloge ook op half negen. Omdat hij per se de eerste wilde zijn bij de Kruidvat, demonteerde hij snel het doolhof, stopte de rat terug in de Action draagtas en snelde zich naar de ingang waar een doodvermoeide medewerkster met frisse tegenzin een bak met skippyballen en toiletpapier naar buiten rolde.

In de opening van de Kruidvat bleef hij even staan, sloot zijn ogen, ademde diep in en voelde hoe een warme gloed hem meester werd, het soort warme gloed die hij alleen ervoer bij het binnentreden van een Kruidvat filiaal. Hij opende glimlachend zijn ogen die straalden als een kind dat net heeft gehoord naar Disneyland te gaan.

“Ben Bruineboter, welkom thuis”, glimlachte hij hardop.

Hij liep met zwetende handpalmen door het eerste gangpad. De gangpaden vol bestickerde prullaria, de onuitgepakte dozen, het goedkope Chinese speelgoed, de sfeerloze vloertegels, de overdaad aan ‘ACTIE’ posters, de onflatteus geklede verkopers en de even onflatteus geklede klanten, allen fel verlicht door de asymmetrisch geplaatste spotjes in het systeemplafond, maakten hem opgewonden. Het gebrek aan karakter en de vibratie van middelmatigheid vond hij erotisch, veel erotischer dan hij zijn vrouw ooit had gevonden.

Hij had zijn vrouw ontmoet in de Action, waar zij op haar knieën de schuursponzen, stekkerdozen en deurmatten in de rekken aan het leggen was. Hij was direct gefascineerd door haar beeldschone bilnaad. De bilnaad was een soort liefde op het eerste gezicht geweest, zoals hij het zelf altijd uitlegde op verjaardagsfeestjes aan kinderen met feestmutsjes op. Die middag had hij recht in haar bilnaad gekeken en besloten dat ze de ware was. Hij had haar aangetikt, ‘mijn kuikentje’ genoemd en gevraagd waar hij navelpiercings kon vinden terwijl hij zijn behaarde navel liet zien. Dit zorgde ervoor dat zij ook verliefd op hem werd, waarna de twee al snel trouwden en een hoogbegaafde tweeling kregen.

Zo snel als de liefde was opgebloeid, zo snel had hij zijn liefde voor zijn vrouw verloren toen ze op een middag thuiskwam met de mededeling dat ze was gaan werken bij een kleine boekenwinkel naast de Action. “Ben, ik verdien daar meer dan het minimumloon, heb een vast contract en collega’s die me niet de hele tijd uitkotsen”, had ze gezegd. Het was een harde klap in zijn gezicht, een mededeling die binnenkwam als een atoombom op klaarlichte dag. De erotiek, liefde en genegenheid waren in één klap verdwenen, omdat die symbolisch verbonden waren met haar werk als vakkenvuller-assistente en het daaraan verbonden minimumloon. Sinds die dag spendeerde hij zijn tijd liever buitenshuis, het liefste in één van de Kruidvat of Action filialen. Niet dat hij naar deze winkels hoeft, in tegendeel; hij is buitensporig rijk geworden met de verkoop van krachtvoer voor nijlpaarden, maar het is de sfeer van deze filialen die hem aantrekt, opwindt en streelt.

Hij liet zijn tong langzaam over zijn bovenlip glijden bij de gedachte aan de koopavond die ervoor zou zorgen dat hij deze dag drie extra uren kon spenderen in dit Kruidvat filiaal. Een zachte kreun verliet zijn keel terwijl hij fantaseerde over de ideale winkel, zijn ideale winkel. Als het aan hem had gelegen, had hij dit filiaal nog verder uitgekleed. Hij zou een allesoverkoepelende winkel willen waarin de producten, louter geimporteerd uit China, worden weggestopt in identiek grijze dozen die alleen nog maar te onderscheiden zijn door een barcode. Deze dozen staan opgesteld in rekken die tot het plafond reiken in eindeloos lange gangen in megalomane loodsen. Alle medewerkers zijn vervangen door grijze robots die geen enkele service bieden. Dit allemaal onder begeleiding van felle TL-verlichting.

Hij had dit idee al eens aan een bevriende minister verteld en te horen gekregen dat hij zich geen zorgen hoefde te maken omdat er verwacht werd dat deze allesoverkoepelende winkel er over ongeveer tien jaar wel zou zijn. “Eerst worden alle kleine zaakjes opgeslokt door filialen van de Kruidvat, Action, Zeeman en Aldi, waarna deze filialen vervolgens worden opgeslokt door één winkel waar alles zó goedkoop moet zijn dat het toppunt van treurigheid bereikt wordt”, had de minister hem verteld, proestend van het lachen.

Hij kwam weer bij zinnen door een plotselinge aanraking van een veel te dikke vrouw met een rood mutsje op haar hoofd. Zij leunde vlak voor zijn neus voorover om een zak ballonnen in een uitpuilend mandje te gooien. De vrouw liep erbij als een half gesmolten kaars en had een vreugdeloze blik in haar ogen, dat in sterk contrast stond met het vrolijke rode mutsje. Het gewicht van haar onderkin trok haar onderkaak zo ver van haar bovenkaak dat de pot koffie van die ochtend nog dampend in haar mond zat. Ze slenterde tergend langzaam, hijgend en badend in het zweet van gangpad naar gangpad, haar mandje vullend met snoep, hondenvoer en andere troep.

“Wat zijn we er toch op vooruitgegaan de afgelopen twintig jaar”, probeerde hij een gesprek met de vrouw aan te knopen. Door de plooien in haar gezicht keek ze hem meewarig aan, bijna afkeurend, zoals de moeder van de kleuter eerder die ochtend naar hem had gekeken. De vrouw liet haar mond nog wat verder open zakken. Hij haalde een plastic bekertje door haar mond om die te vullen met koffie. Er klonk wat gegorchel. Hij bracht zijn oor dichterbij de openstaande mond om het gegorchel te kunnen ontcijferen, nippend van de dampende koffie.

Zijn hoop op herkenbare klanken werd echter louter beantwoord met een steeds luider gegorchel en de meewarigheid van haar neutrale gelaat. Het irriteerde hem.

“Ik kan u niet verstaan, mevrouw, u moet even wat duidelijker praten. Ik heb niet de hele dag de tijd, want ik moet zo ook nog naar de Action, Aldi en Zeeman”, interrupeerde hij het gegorchel.

Hij tikte ongeduldig op zijn Hello Kitty horloge terwijl hij dit deed en liet zijn navelpiercing zien. Toen werd hij op zijn schouder getikt. Hij draaide zich om en keek recht in de ogen van de medewerkster die hij eerder die ochtend bij de ingang had gezien. Ze zag er moe uit. De meerlaagse wallen onder haar ogen waren groter dan haar ogen zelf en haar huid was zo bleek als het systeemplafond boven haar hoofd. Haar bruine, nét iets te korte haar was gespleten en stroef. Het onflatteuze Kruidvat uniform stond haar goed. Door de jaren heen was haar nietszeggende uiterlijk tot in perfectie versmolten met het filiaal. Hij voelde een seksuele spanning, iets dat hij al lang niet meer gevoeld had bij het zien van een vrouw. Zou zij het uitgeblazen liefdes vuurtje in hem weer kunnen aanwakkeren?

“Meneer, u bent al vier uur in deze winkel. Mag ik vragen wat u hier doet?”, was haar openingszin.

“Dat kan ik ook aan u vragen, mademoiselle. Wat doet u hier? Ik ben hier om te genieten van twintig jaar vooruitgang, twintig jaar globalisering, marktwerking en keuzevrijheid waar deze vrouw het product van is”, was zijn respons, wijzend naar de gorgelende vrouw met het rode mutsje. Hij pakte de zak ballonnen, een brownie-bakvorm en pantoffels uit haar mandje en hield ze met beide handen omhoog, recht voor de neus van de medewerkster. “Ziet u deze prachtige Chinese producten? Ziet u hoe ze thuis horen in deze omgeving, zoals een vis in het water, zoals u in dit prachtige filiaal?”, vervolgde hij triomfantelijk. Hij gaf haar een knipoog.

De medewerkster keek hem ongemakkelijk aan, niet wetende hoe hierop te reageren. Ze was ook eigenlijk te moe om een antwoord te formuleren dus probeerde ze via haar portofoon contact te leggen met de manager van het filiaal:

“Kan je even naar het gangpad van de huis en schoonmaakproducten komen? Er is hier iets aan de hand”.

Hij kon niet verstaan wat er werd terug gezegd in haar oortje, maar er marcheerde al snel een potige vrouw van middelbare leeftijd in zijn richting. In tegenstelling tot haar collega paste deze potige vrouw niet goed in dit filiaal. Ze zag eruit als de gezellige, altijd opgewekte buurvrouw die zelfgemaakte kaneelkoekjes uitdeelt in de buurt, die zorgt dat er tijdens halloween snoep in huis is voor de kinderen, die een kopje thee zet voor de eenzame oude man van nummer elf.

De vrolijke uitstraling van de potige vrouw maakte hem nerveus. Vanuit die nervositeit besloot hij om de aanval in te zetten:

“Wat doet u hier? U hoort hier duidelijk niet thuis. Moet u niet in een zogenaamd leuke, maar overbodige cadeauwinkel werken?”.

Hij ging wat breder op zijn voeten staan en sloeg zijn armen over elkaar alsof hij zojuist de eerste stap had gezet in een dance battle.

“Meneer, ik ben de manager van dit filiaal. Ik vraag me net als mijn collega af wat u hier al de hele dag aan het doen bent. U loopt hier rond zonder mandje, rangschikt allerlei producten op kleur, laat uw buik aan klanten zien, gaat om de haverklap naar het personeelstoilet, eet van het schepsnoep zonder ervoor te betalen, en er loopt hier een grote rat rond die volgens mij van u is. Ik ben blij om te zien dat u het hier zo naar uw zin heeft, maar het is wel de bedoeling dat u iets koopt. Als u dat niet doet, moet ik u vriendelijk verzoeken dit filiaal te verlaten”, klonk het antwoord van de manager.

Die laatste zin galmde na in zijn hoofd. Hij keek nog even diep in de ogen van haar onflatteuze collega, hopend dat ze hem zou verdedigen. Het bleef echter stil. Hij voelde hoe zijn gevoelens voor haar niet werden beantwoord, maar hij voelde zich boven alles gekrenkt in zijn adoratie voor het Kruidvat filiaal. Onacceptabel. Hij moest en zou van zich afbijten:

“Luister eens even, ik moest vier keer overstappen. Er waren drie treinen en twee bussen nodig om dit afgelegen winkelcentrum te bereiken. Ik ben vanochtend om half vier opgestaan en heb stad en land afgereisd om hier precies op tijd voor de opening te zijn. Ik heb zelfs geen tijd gehad om te ontbijten of om naar het toilet te gaan. Weten jullie eigenlijk wel wie jullie voor je hebben?” schreeuwde hij tegen de medewerkers.

Hij vervolgde, op nog luidere toon: “Zien jullie niet in wat voor een paradijs jullie zijn? Kijk eens naar het systeemplafond. Pure schoonheid! Kijk eens naar de gangpaden waar alle zichtlijnen worden onderbroken door rekjes met aanbiedingen. Architectonische wereldklasse! Kijk eens hoe het felle licht van de asymmetrisch geplaatste spotjes alle romantiek uit de producten beukt. Magnifiek! Het is de perfecte manifestatie van de Nederlandse ‘doe maar gewoon’ filosofie, de materialistische belichaming van mediocriteit”. Hij had nog nooit zo gepassioneerd over een filiaal van één van zijn favoriete winkels gesproken. Het water liep hem letterlijk in de mond. Hij wilde de onflatteuze medewerkster innig zoenen en de zijne maken, maar besloot het niet te doen.

Hij vervolgde, op nog luidere toon en bijna schuimbekkend: “Jullie blinde zielen zien dit niet, jullie waarderen dit niet. Jullie zijn niet bezig met schoonheid, maar met klagen over jullie minimumloon, met roddelen over jullie klanten, met wat jullie aankomend weekend gaan aantrekken naar de tuttige en volledig overbodige high-tea in het hippe lunchzaakje hier op de hoek. Gadverdamme! Hoe durven jullie mij af te wijzen tijdens het uitvoeren van mijn passie. Over tien jaar zullen jullie worden vervangen door robots die het wél snappen!”.

Hij voelde een stevige handgreep op zijn bovenarm. Het was de hand van een beveiliger. Een andere beveiliger plaatste een arm om zijn keel, terwijl de eerste beveiliger zijn arm op zijn rug draaide. Samen trokken ze hem naar de grond waar hij op zijn buik terecht kwam. Beide beveiligers gingen bovenop hem zitten. Hij voelde zijn adem stokken. Zijn zicht werd langzaam steeds iets onscherper. “Is dit het einde? Moet ik zo sterven?”, waren gedachten die door zijn hoofd tolden.

Het volgende moment speelde zich in slow-motion af. Hij zag hoe een groot gevaarte op hem af kwam gestormd. Het leek wel een nijlpaard, zo groot. Het lukte hem niet om het silhouet te herkennen, ook niet toen het steeds dichterbij kwam. Hij had zich het opperwezen van de dood toch wel anders voorgesteld. In zijn mooiste dromen ging hij na de dood naar een enorme loods zonder daglicht waar hij eeuwigdurend aan de lopende band moest staan om producten in identieke grijze dozen te stoppen. Dit allemaal onder leiding van een dictatoriale robot. Het silhouette van dit reusachtige gevaarte echter zag er in de verste verte niet uit als de robot, het opperwezen in zijn dromen.

Hij hoorde nog vaag: “STOOOOOOOOOP!”, waarna de druk van de twee beveiligers op zijn rug plots verdween. Hij haalde een paar keer diep adem en draaide zich van zijn buik naar zijn rug. Hij keek op en zag hoe de spartelende handen en voeten van de beveiligers uitstaken onder de vrouw met het rode mutsje met wie hij eerder nog een gesprek had proberen te voeren. Haar gegorchel had hem mateloos geirriteerd. Had zij zijn leven gered?

Zijn normale ademhaling keerde terug en hij voelde zich sterk genoeg om op te staan. Hij keek naar de vrouw met het rode mutsje. Zij keek hem aan. Het leek wel of er iets van leven in haar vreugdeloze blik terug was gekeerd. Ze glimlachte voorzichtig en liet de koffie van die ochtend uit haar mond lopen, waardoor de vloer van het filiaal binnen de kortste keren blank stond. Het gegorchel maakte langzaam plaats voor wat gelach. Ze bleef hem aankijken terwijl ze haar rode mutsje afzette. Hij zag hoe de twee medewerksters schrokken. De mond van de manager viel wagenwijd open.

“Het is de directeur”, stamelde de manager met bevende stem.

De mond van de onflatteuze medewerkster viel nu ook open. Beide medewerksters stonden aan de grond genageld bij de herkenning van de directeur van de Kruidvat, Action, Aldi en Zeeman. Ze hadden haar niet herkend door het rode mutsje en voelden zich betrapt.

De directeur stak haar vlezige hand uit in zijn richting en wenkte hem met één vinger. Hij werd overvallen door een onbeschrijflijk gevoel, een gevoel dat hij nog nooit eerder gevoeld had. Hij voelde zich voor het eerst in zijn leven écht verliefd. Een aantrekkingskracht zo sterk als een magneet trok hem in haar richting. Hij legde zijn klamme hand in de hare en ze trok hem naar zich toe totdat zijn oor was genaderd tot bij haar openstaande mond. Het gegorchel had plaatsgemaakt voor een zware, ongelijkmatige ademhaling waar een krakkemikkig stemmetje doorheen klonk. Hij concentreerde zich met bonkend hart in zijn keel om te kunnen horen wat het stemmetje zei:

“Kan je me helpen opstaan?”