13 maart 2030.

Het was Tofu Dag en iedereen had er zoveel zin in. Ron en Hilda keken vol verwachting door het raam van hun torenappartement.

“Er gaat niks boven Tofu Dag” zei Ron opgewonden, “we mogen eindelijk weer 100 gram tofu eten!”

Hilda wees naar buiten, de onpeilbare diepte in. Zwermen mensen, vanaf hun hoogte slechts stipjes, kwamen bijeen rond de streng gecontroleerde Staatsuitgiftepunten. “De rijen zijn al honderden meters, we kunnen beter de lift alvast nemen, anders staan we net als vorige maand drie uur in de rij”

Ron knikte. Het geluid van krakend been en een pijnlijke ‘ai’ waren het gevolg van deze knik; het schamele, uitsluitend plantaardige dieet speelde hem parten.

“Zou Jesse mee willen, denk je?” vroeg Hilda aan haar “Echtelijk Verbonden Partner volgens Artikel 5B” – op het uitspreken van de term echtgenote en ‘man’ stond immers de doodstraf.

Ron keek naar hun zoon, een ondervoed scharminkel, die op een stoel zat met zijn VR bril op, elektroden en al. Zijn gezichtje was grauw, zijn bewegingen repetitief en spastisch.

“Hij heeft al een week niks gezegd, ik denk van niet.”

“Oke dan. Maskers op, handschoenen aan en gaan!”

Zo gingen ze naar beneden, in de mensonterend kleine lift, door de klinisch witte gang, tot de uitgang van hun betonnen megatoren en verder, door het armetierige plantsoen naar het eind van de rij.

Ron wees. “Kijk, een nieuwe poster van onze Eeuwige Leider!”

Hilda glimlachte zwakjes.

“Al bijna twintig jaar aan de macht. Wat hebben we toch een fantastisch, vrij land”

“Nou en of. Sinds de opstandigen uitgeroeid zijn is het leven zoveel beter… nu krijgt iedereen tenminste tofu, en zijn er weer huizen!” Ze gaven elkaar een high-five.

Uren stonden ze in de rij. Tijdens het wachten vielen meerdere mensen om, trillend, zwak, schuim aan de lippen. Handhavers, die altijd toezicht hielden op de tofu-rijen, kwamen deze gevallenen direct met gierende banden inladen in busjes om ze weg te voeren – waarna ze nooit meer werden gezien. “Altijd weer die Vijanden van de Staat die de Voedzaamheidstheorie van Tofu proberen te ondermijnen, en onze Leider in een kwaad daglicht te zetten” mompelde Ron nijdig.

“Het zijn er wel heel veel deze week” merkte Hilda op.

“Vijf jaar lang zijn mensen verlost van het Boze Vleesvoedsel, iedereen moet dus per definitie gezond zijn toch?”

Ron keek zijn partner geïrriteerd aan. “Natúúrlijk is iedereen gezonder dan ooit. Hoe durf je daar aan te twijfelen? Zie je mijn spieren niet?! Mijn sublieme magere figuur?”

Hij tilde met enige moeite zijn flinterdunne arm op en balde zijn vuist. Een weke trilling ging door zijn biceps.

Hilda wilde net haar Partner gelijk geven, bang dat ze was dat hij haar wéér een Anonieme Rode Kaart voor Dissident Gedrag zou geven, toen de luchtalarmen af gingen.

De schrille tonen scheurden door ieders trommelvlies, men hief het hoofd eensgezind nieuwsgierig op.  Een reusachtige knal klonk in de verte en de menigte brak los, rende in volle paniek terug naar de torens.

“Dit is geen oefening. Alarm. Alarm. Keer terug naar uw wooneenheid.”

De stem zweepte iedereen aan tot een nog hogere staat van paniek. De zwaksten vielen, werden vertrapt, de minder zwakken raakten halverwege uitgeput en kregen al snel knuppels van de Handhavers. Hun zwart gemaskerde gezichten blaften orders met metaalachtige stem. “Verlaat onmiddellijk de straat. Verlaat onmiddellijk de straat op straffe des doods”

Vijf minuten later was het doodstil.

Nog meer daverende klappen klonken in de verte, flitsen deden de torens oplichten. Het luchtafweergeschut had blijkbaar niet geholpen, want een diep gerommel zwol aan. Een vliegtuig naderde, laag en langzaam. Iedereen keek reikhalzend doch bang naar boven.

“Een vliegtuig! De eerste sinds 2026!” zei Ron uitgeput, hijgend bij het raam.

Achter het vliegtuig verscheen een rode wolk die langzaam daalde, verspreidde in de wind. Zagen ze dat goed? Het waren flyers!

Het vliegtuig was inmiddels verdwenen en de flyers daalden met duizenden in stilte neer over de wijk. In de diepte kwamen enkele nieuwsgierige mensen hun toren uit; ze probeerden de flyers op te vangen en op te rapen. Geweervuur schalde; de Handhavers schoten met scherp op iedereen die zich buiten waagde.

“Yes! Pak ze, de landverraders” gromde Ron. Zijn partner gaf een schreeuw.

“Kom kijken!”

Hilda stond voor het raam en wees naar een flyer, die tegen het raam was blijven steken. Ze zagen mensen met brede glimlach en een tekst:

“Nederlanders, breekt vrij! Ontsnapt aan uw tiran! Komt in verzet! De Vrije Staten zijn er voor u!”

Ron maakte zich direct woedend over de tekst, maar Hilda was geschrokken. De mensen op de flyer zagen er zo anders uit… hun huid was gezond en roze, in plaats van bleek en groenig. Ze hadden sterk, wit gebit – in tegenstelling tot Ron en Hilda, met hun broze, doorzichtige tanden. Maar vooral de gespierdheid, de volle hoeveelheid vlees aan die sterke botten… Hilda kon haar ogen niet van de man afhouden op de afbeelding, zoveel sterker dan Ron, ongetwijfeld zoveel vruchtbaarder…

Het Journaal sprong aan.

“Zojuist heeft een aanval plaatsgevonden op ons Soevereine Land, een directe oorlogsverklaring, een aanval van leugens en nepnieuws. Wij verzekeren u dat dit ons land niet zal verzwakken en dat wij zullen overwinnen…”

Dit was het laatste wat Ron, Hilda en Jesse – die ruw gewekt werd uit zijn virtuele wereld – mee kregen van het Journaal. Een gascapsule had zich geopend in iedere kamer van ieder appartement onder het spoor van flyers, de deuren gingen op slot, de luiken sloten voor de ramen en een voor een zouden alle bewoners door de Handhavers weggebracht worden.

Het was Tofu Dag en iedereen had er zoveel zin in.

 

Photo by Damon Lam on Unsplash