Ze kocht het op AliExpress, samen met een parelmoeren navelpiercing. Na veel puffend en hijgend onderzoek, waaronder het doorploegen van tweehonderd een- en tweesterren reviews, was haar keuze gevallen op Happy Golden Sunray Siga-Ret.

“Uitstulpsel, gekrenkt. Mijn man vloekt sindsdien. Alles piept en kraakt. Luchtweg.’ Gregoria Alexandrovich, twee sterren, automatisch vertaald vanuit het Russisch.

“Kraaak! Mijn darm zegt kraaaak! Ik ben volledig geruïneerd, iedereen is dood, manzwans”

Peter McConway, één ster, automatisch vertaald vanuit het Engels.

Luwientje maakte een kleine sprong van blijdschap toen ze dit las, precies op het moment dat de zoemende tl balk boven haar keukentafeltje het met een tik begaf, waardoor ze licht in paniek raakte. Veroorzaakte zij zelf het knappen van deze lamp? Zou haar uitkering een nieuwe lamp kunnen betalen, nadat ze voor de veertiende keer de druppelende kraan had moeten laten repareren? Ze vermoedde dat de reparateur, alom bekend als Cabbage John, een stinkende schele man met stukjes spitskool in zijn broekzakken, een stijve meetlat in zijn broek en een walmbederf-lucht vanuit zijn stinkbek, eigenlijk saboteur was. Niet alleen had ze onbetaalde, onbeschermde en ongewilde seks met deze man, ook had hij de tv kapot gemaakt, al het bier opgedronken, haar meermaals ‘ongewenst sajuut en tevens recalcitrante prostituee’ genoemd en een spoor kakkerlakken haar huis in begeleid vanuit de keuken van het gore Chinees-Indisch restaurant op de begane grond, door middel van ketjap en kleine aziatische vlaggetjes. Deze combinatie van onprettige feiten deden haar verlangen naar dit onbetrouwbare Chinese product. Zou ze deze Siga-Ret kunnen kopen?

‘Ron’ riep ze van haar balkon, naar een appartement één verdieping hoger. 

‘Kan ik met mijn bankrekening nog een Siga-Ret kopen?’

Ron, die altijd dronken op zijn gescheurde, met algen begroeide tuinstoel zat, hoefde hier niet lang over na te denken. Nee, zijn schurftige hoofd had al lang en breed een antwoord klaar:

‘Ik ben je pooier niet, Luwien. Hoe vaak moet ik je dat verdomme nog vertellen? Je bent een vrij mens, Luwien. Niemand gaat voor jou nadenken. Maak je eigen keuzes. Doe een opleiding. Start een succesvol bedrijf. Word rijk. Baar wettelijke kinderen met een betrouwbare partner en word oud in een lommerrijke omgeving omgeven door liefhebbende familie. Ik wens het beste voor je lieve schat, maar je moet wel voor jezelf nadenken met je harses. Slet.”

Luwientje zag dat als goedkeuring, checkte haar banksaldo en zag dat ze precies vijftien euro had. 

“Luiers, eten of een Siga-Ret?” dacht ze, knabbelend op een in raapolie gefrituurde stengel bleekselderij.

Haar impulsiviteit deed haar klikken op de ‘koop’ knop, een belevenis die ze meemaakte alsof het in slow motion gebeurde, waarna het machtige wereldwijde logistieke netwerk in beweging kwam. Pakhuizen, robotkarretjes, vliegtuigen, vrachtwagens, lopende banden, bussen en onderbetaalde logistieke medewerkers deden hun uiterste best zodat een gebrekkig verpakt doosje met daarin een door erbarmelijken geproduceerd flutobject in Luwientjes handen gedrukt werd, drie weken later. 

Ze had inmiddels al een extra kind gebaard, de druppelende kraan vijf keer laten repareren door Cabbage John (tevens vader van het nieuwe mormel), twee wenkbrauwpiercings laten zetten en één tattoo: van een moddersloot, waarin een verdwaalde scharenslijper dobbelde op een tweevins-gestoken haringsloep.

‘Lelijke tattoo maar wel geil’ had Cabbage John erop becommentarieerd, terwijl het door sigarettenrook benevelde ochtendlicht door de gordijnen scheen. Hij kon het weten, hij had alle aarsgewijen, mislukte volkszangers en andere psychotische hersenspinsels in de vorm van tatoeages voorbij zien komen bij de vrouwen die hij bezocht. Hij keek er altijd ernstig naar in afkeurende stilte, vol plaatsvervangende schaamte, terwijl hij langzaam kauwde op zijn spitskool. 

Luwientje opende het in plastic gewikkelde pakketje en keek naar het verfrommelde doosje, vol stickers met Chinese karakters.

De Siga-Ret bleek een bouwpakket te zijn, met een instructieboek van veertien pagina’s.

Paniek penetreerde haar hoofd. 

Verdomme, dacht ze, ze kon dit niet. Wie zou dit in elkaar kunnen zetten?

Een slim iemand, dacht ze. Iemand van de Universiteit toch zeker. Een professor, minstens! Niet wetende dat haar buurvrouw (tevens haar beste vriendin en haar moeder) en alle andere vriendinnen die ze had dit ook prima zouden kunnen, fietste arme Luwien naar de universiteit.

Luwientje kwam met rood, bezweet hoofd bij de balie.

“Waar is de dichtstbijzijnde professor? Ik heb een professor nodig, snel!”

“Maakt het nog uit wát voor professor?” vroeg de stem achter het glas, de ironie niet verbergend.

“Een slimme professor, In-Elkaar-Zet-Kunde minstens” hijgde ze.

“Twee deuren verder, links in de gang. Daar is professor Ludwig van der Kool, hij is al jaaarenlang gespecialiseerd in hogere In-Elkaar-Zet-Kunde.” De stem droop van sarcasme; Luwientje had het niet door. Ze knikte en liet haar navelpiercing zien. 

“Wat vind je hiervan?”

Een straal kots spoot tegen het glas; Luwientje liep boos de gang in.

Twee deuren verder timmerde ze op de deur. Door het smalle venster in de deur zag ze hoe een man college stond te geven aan een klein zaaltje vol puistige studenten met dikke biergezichten. Zodra ze de deur met veel piepgeknars opende keek de hele zaal om; Luwientje stond daar, nog steeds hijgend, met de Siga-Ret in haar linkerhand boven het hoofd.

“Meneer professor, ik heb In-Elkaar-Zet-Kunde nodig om dit in elkaar te zetten.”

De klas lachte.

“Professor, heeft u nou alwéér een clown ingehuurd voor uw college?” riep een student. 

De professor keek ernstig naar de deuropening en leek te blozen. Luwientje herkende hem nu pas.

Cabbage John.

‘Kijk nou eens, Cabbage John, wat doe jij in die sjieke professorkleren? Ik herkende je bijna niet. Normaal heb je altijd je glimmerketting? Waar is je Ibiza Fucking tanktop! Waar is je gescheurde jeans! Waar zijn je smeersneakers!’

Professor Ludwig, John, maakte een vreemd, wijds gebaar en lachte ongemakkelijk.

‘Een verwarde vrouw, dames en heren!’

‘Kom je nog voor je kind zorgen Johnny’ schreeuwde Luwientje nu, verontwaardigd. 

Cabbage John rende naar de deur, greep haar vast en begeleidde haar naar een schoonmaakhok. Nog voor de deur dichtsloeg hoorde hij het gevreesde gefluister dat zijn carrière zou beëindigen.

‘Ben je gek geworden’ brieste Cabbage John woedend. ‘Je brengt mijn professorschap van Hongaarse Jongleertechniek in gevaar, jij, jij, mens! En hoe kom je daaraan?!’ John keek recht in de ogen van de inmiddels bange, paniekerige vrouw die hij bij haar haren vastgegrepen had.

‘Een Siga-Ret! Een echte! Hoe, Luwien, hoe?!’

‘Van het internet gekocht’ jammerde ze, haar gezicht vol met John’s speeksel.

‘Weet je dan niet dat de Siga-Ret verboden is in vierenvijftig landen?’ snauwde hij. 

John griste het pakketje uit haar handen en zette het in vijf seconden in elkaar, zette het ding aan zijn mond en liet het een geluid produceren; iets tussen het gekerm van een geit die geslacht wordt en het gepruttel van rabarbersoep in.

‘Luister en volg mijn raad goed op. Ik ken een student die zijn proefschrift schrijft over dit gevreesde tabernakel’ fluisterde Cabbage John. 

‘Komende Natte Woensdag geeft hij een lezing over de werking van Siga-Ret. Ik stuur je een uitnodiging. Ga daarheen, anders kom ik je druppelende kraan voor eens en voor altijd vernietigen. En nu wegwezen hier, je hoort hier niet thuis!’

De professor, die tevens ‘s lands grootste oplichter, viezerik en vader van achtenveertig onwettige kinderen was, schopte Luwientje letterlijk het universiteitsgebouw uit en probeerde zijn imago te redden voor de klas, wat compleet mislukte. Hij zou veertien dagen later worden opgepakt en geëxecuteerd door het Universitair Peloton, afdeling Schandezaken, achter de lokale buurtsuper.

Luwientje ontving echter ruim voor die tijd de uitnodiging die haar naar een afgelegen industrieterrein leidde. In een van de verlaten, afbrokkelende fabriekshallen stonden drie roestige stoelen voor een mini podium, waarop een bejaarde man stond. Zijn blik was dof, zijn baard wit en zijn huid bijna doorzichtig van ouderdom. Luwientje dacht eerst dat het een oude etalagepop was, maar de man begon te spreken, waarbij een wolk stof uit zijn mond kwam.

“De Siga-Ret, een vehikel van disproportionele obscuriteit. Een staatsgevaar.’ 

Hij zweeg. De deuren werden gesloten. Een kooi viel vanuit het plafond en Luwientje zat als een rat in de val. De stoffige man begon te lachen. 

‘De Pooier is niet blij met je’

Hij klapte in zijn handen, rode lichten begonnen te branden en hij trok zijn kleren met één ruk uit. Een strakke zwembroek met panterprint verhulde nauwelijks het rafelige geslachtsdeel van de man, die nu een jazz klassieker in een microfoon hijgde.

‘Je bent je pooier vergeten, Luwien’ zei hij onder het zingen door.

‘Maar ik heb geen pooier! Ik ben een vrije vrouw!’

‘Daar denkt de Siga-Ret anders over.’

Mannen in witte pakken zetten Luwientje met kooi en al in een zeecontainer; de metalen deuren sloten met een doffe klik. Het was nu stil.

Zo gebeurde het dat Luwientje onvrijwillig naar China werd verscheept om één- en tweesterren reviews te schrijven in gebrekkig Nederlands. Vele andere kwetsbare mannen en vrouwen werden hierdoor ook verleid om een Siga-Ret te kopen en werden gevangen in ditzelfde pand, verscheept naar China en aan het werk gezet, totdat iedereen alleen nog maar Siga-Retten kocht en China oppermachtig werd. Cabbage John werd herdacht door de laatste vrijheidsstrijders met een uit de hand gelopen doedelzakconcert, alsof hij een Schotse ridder was. Verder was iedereen redelijk oké met de heerschappij van de Chinezen, omdat ze lekkere gerechten hadden met kool, snellere treinen bouwden en een mooie rode vlag hadden. Maar de Siga-Ret zou hun ondergang betekenen, want deze geheimzinnige kiem van onheil kon enkel verwarring zaaien, losgezongen van god, onbetast door blinde vrijwilligers. De Siga-Ret was en bleef iets wat niet genoemd, verkocht of aangeraakt mocht worden – laat staan geproduceerd. Zo ging het, en zo staat het geschreven.

Einde.