‘Ja, allemaal! Je mag nu een kleurplaat inkleuren van Boeboe de Giraffe. Ben, doe je ook mee?’ Laura de kleuterjuf gaf een kleurplaat aan de vijfjarige Benoît von Birckmund die in stille overpeinzing aan zijn tafeltje zat.

‘Als de vertellingen van priester Soonchis van Saïs aan Solon inderdaad juist waren…’ mijmerde het knulletje. ‘Hoe jong is onze wereld? Het ras der Grieken, die volgens Soonchis slechts als kinderen waren, zich onbewust van de grote daden van hun verre voorouders – een ras veel machtiger, verdwenen uit alle kennis behalve die van het oude Egypte.’ Benoît keek sip door het raam, richting de deprimerende bouwblokken uit de jaren ’80.

‘Hoe machtig en onverschrokken was Atlantis… Zelfs in Solon’s tijd al duizenden jaren vernietigd en vergeten, begraven onder zee en aarde… Hoe nietszeggend is onze beschaving? Ondanks onze glazen torens, onze machines, onze vermeende ‘verlichte cultuur’. Nee, we zijn vergeetachtige barbaren, nietswetender dan slachtvee, voorbestemd voor vernietiging! Vroeg of laat zal water of vuur ons wederom wegvagen, de hoogmoed beëindigen, onze beschaving ontbinden… Wordt de klok niet altijd teruggezet, door dit machtige cyclische proces? Ach! Zoveel geheimen zijn vergeten… Verdomme! Waarom moest de bibliotheek van Alexandrië vergaan? Waarom moesten ze alles noteren op papyrus?! Al die heilige oude kennis, uitgewist – zoals al die hogepriesters ook weg zijn, als stof verpulverd en opgeslokt door de woestijn!’

Tranen biggelden over Benoîts wangen. Laura zag zijn verdriet en boog richting de snikkende jongen.

‘Ach guttegut, kleine Bennie, lukt het niet met je kleurplaat? Hier, kleur de giraffe maar – welke kleur is de giraffe? Nou? Geeeeel, de giraffe is geeeeel!”

Benoît keek in het diepe decolleté van de jonge, aantrekkelijke Laura. De futiliteit van voortplanting, verzuchtte hij. Als Laura slechts één seconde van haar zeldzame gedachten daaraan zou besteden… Dan zou ze zich niet zo uitdagend kleden, maar zich terugtrekken op een onherbergzaam eiland om de rest van haar leven ascetisch weg te kwijnen in een klooster. Hijzelf, Laura, iedereen inclusief nageslacht; niemand zou de uiteindelijke vernietiging worden bespaard. Hoe? Genoeg opties: vuur, water, entropie, de warmtedood van het heelal. Benoît sidderde. De eeuwigheid – als een gapend zwarte kloof lag deze voor hem. Verdomme! Al vier keer had hij gezocht naar afleiding van deze gedachtes. De wiebelende boezem van Laura gaven hem een puur biologisch, instinctief genot. Apengenot, nee; reptielengenot! Hij pakte een paars potlood en begon agressief de giraffe in te kleuren.

‘Nee Bennie, wat zei ik nou, geeeeel’ herhaalde Laura geïrriteerd. ‘Giraffes zijn niet paars, gekkie’

De zon scheen door het raam van het klaslokaal, de geur van lijm, potloodslijpsel en boterhammen met pindakaas drongen in Benoît’s neus.

‘Laura’ begon hij, ‘ik moet poepen.’

‘Nou, ga maar lekker naar de wc’ zei ze vriendelijk.

Benoît liep de klas uit, verliet de school en stak al lopend een peuk op. Zijn blik ging dromerig naar de maan, die nog net zichtbaar was in het ochtendlicht.

‘Hoe blijft dit alles zo lang, vredig in balans?’ vroeg Benoît zich getergd af. ‘Hoeveel cycli van trotse dwazen heeft deze aarde inmiddels toegestaan? Het is de hoogste tijd…’


Volg ook ons YouTube kanaal!


 

Foto door Markus Spiske op Unsplash