Tag

bier

Browsing

De man, slechts genaamd M, voelde zich belabberd. Hij baalde van het stinkende masker op zijn muil waardoor hij nauwelijks adem kon halen, maar vooral de kater maakte zijn leven ondraaglijk. Hij wist niet eens meer wat hij gedaan had, behalve dat de vorige avond een walgelijk bacchanaal was geweest met gigantische hoeveelheden drugs, seks en rock & roll. Hij had slechts wat schimmige herinneringen van een oud herenhuis in de buurt van een park, met een overvolle kelder waarin het bier tot de enkels stond. Nu moest hij naar Duitsland, om zijn arme oude oma te bezoeken. 

Ik denk terug aan Sjammie. Mijn lievelingscactus, waarmee ik de oceanen bevoer op het kleine metalen schip ‘Stroef en kram, door vuur en vlam’. Deze betreffende boot had ik geleend van Steef Onderwater, een zeer toepasselijke naam voor iemand die verdronken is in zijn eigen badkuip. Ach, Sjammie… Ze had een speciale plek in mijn hart. Hoezo, zult u denken. Wel, ik vond Sjammie na een lang avontuur in de woestijn – geen romantisch avontuur, nee, meer een aaneenschakeling van nachtelijke vechtpartijen, prostituees, wilde autoachtervolgingen, kogelgeknetter en lijken-vinden-in-de-vrieskist-van-je-oma gevoed door schrikbarende hoeveelheden cocaïne en reptielenbloed.

Mijn hamster is een raar apparaat. Het steigert en eet worstkoninghuizen, het is geschift als Leen van Vonkeren met de rinkelende kettingzaag. Mijn hamster leest graag boeken; speelt een potje hamstergolf in de berentuin. Mijn hamster is literair, autoritair, een inhoudsweergave van een boek zonder herfstbladeren.

Mijn hamster, is hamster. Waarom sta ik in een badkuip, tot mijn enkels gevuld met eendenbloed? De eend kijkt me aan, hij zweeft, vliegt in stilstand voor mijn gezicht en spreekt: ‘Jouw hamster is gestoord.’

Skutsjeveen was een dorp van rechte lanen met schone stoepen, waar iedereen elkaar netjes begroette tijdens het uitlaten van de labrador. Elk gezin had een hond, een vader met rode broek, een gebrilde moeder met bodywarmer, en twee kinderen met een in scheiding gekamde haren. De degelijkheid overheerste en zelfs de dorpsgekken hadden het dorp door de jaren heen verlaten op zoek naar meer vertier.

De man liep in zijn weergaloze glitterpak door de bosjes, zijn adem reutelde, hij wilde doden, hij wilde bier.

De lichten van de stad waren voor hem als een honingzoete lokroep, ze waren een belofte van geschreeuw in steegjes en dronkemansgevechten om drie uur ‘s nachts. Ja, dat wilde hij, klamme bakstenen muren waar hij tegenaan kon leunen om te zeiken, mossige stoeptegels waar hij schedels op kon breken, clubs waar iedereen stijf stond van de drugs, shabby cafés waar hij zijn vroege ochtendbiertjes kon drinken tot de eerste vogels floten.