Author

Roman Zonderveld

Browsing

Hij stond aan een van de drukke uitvalswegen van de stad, temidden van natte sneeuw en sneue galerijflats: de Man met de Rozenbroek. Het verkeer stroomde toeterend langs hem, fietsers ploeterden met chagrijnige gezichten tegen wind en weer in.

De Man’s aandacht was echter volledig gevestigd op een vergeelde poster, half losgeraakt van de lantaarnpaal waar deze aan kleefde.

‘Kriegelman’s Brocante Paleis’ las hij hardop voor. Zijn lippen, vingers en linker ooglid trilden. ‘Kriegelman’s fucking Brocante Paleis.’ Een kleine glimlach speelde over zijn gezicht. ‘Brocante.’

Ze kocht het op AliExpress, samen met een parelmoeren navelpiercing. Na veel puffend en hijgend onderzoek, waaronder het doorploegen van tweehonderd een- en tweesterren reviews, was haar keuze gevallen op Happy Golden Sunray Siga-Ret.

“Uitstulpsel, gekrenkt. Mijn man vloekt sindsdien. Alles piept en kraakt. Luchtweg.’ Gregoria Alexandrovich, twee sterren, automatisch vertaald vanuit het Russisch.

“Kraaak! Mijn darm zegt kraaaak! Ik ben volledig geruïneerd, iedereen is dood, manzwans”

Peter McConway, één ster, automatisch vertaald vanuit het Engels.

Ringo Flingo heette het spel waar Peter Merekamp verzot op was. Je had Ringo Flingo Rood, Ringo Flingo Blauw en Ringo Flingo Groen. Peter speelde ze alle drie, beweerde grootmeester te zijn in Blauw en ongeslagen te zijn in Groen.

‘Concentreer je, Peter’ mompelde hij bij zichzelf, uitkijkend over de treurige, betonnen buitenwijk. Met veel moeite had hij zijn huurwoning bovenin de hoogste flat van Gillekeswijk bemachtigd, van chantage en omkoping tot prostitutie, moord en zelfs kannibalisme. Eindelijk was zijn droom werkelijkheid geworden en mocht hij zich bewoner noemen van Groenenborch 1, verdieping 23. 

Peter Beunsma – een elitair uitziende man van rond de vijfenzestig- nam nog een flinke hijs van zijn XL-sigaar en staarde diep nadenkend vanuit zijn luie stoel naar het schilderijtje van een kotsend veulen dat boven de open haard hing. Peter mompelde altijd hardop wanneer hij in gedachten verzonken was, tot ergernis van zijn buurvrouw die daardoor niet kon klaarkomen. Je kon de klokken erop gelijk zetten; op het moment dat zijn buurvrouw op het punt stond om klaar te komen, verzonk Peter in diepe, wazige gedachten die hem luidkeels deden mompelen.

Een rij van honderden glimmende glazen cilinders stond langs de gebogen muur van de hal. Ze waren gevuld met Het Melkproduct, de Gift van de Koe, het heilige Uiersap, de Witte Heerlijkheid. In het midden van de reusachtige zaal bungelde een vrouw aan kabels boven een reservoir. Naakt. Ook deze tank bevatte melk; in het midden gorgelde luidruchtig een schuimige draaikolk. 

Jan Beukersloot probeert zijn oog te openen, maar voelt hoe de op elkaar plakkende wimpers hem ervan weerhouden het daglicht te aanschouwen. Hoelang hij geslapen heeft, weet hij niet. Twee, drie dagen, misschien wel een week? Wat maakt het ook uit. Voor Jan Beukersloot is het elke dag vakantie. Hij verblijft permanent in een hotelkamer met zeezicht van een ooit glorieus, maar inmiddels verlaten hotel aan de kust.

“We gaan het vanaf nu alleen maar over complottheorieën hebben” kondigde Bertrand aan. Het was hun eerste date, ze hadden elkaar via een dating app ontmoet. Julia wilde gelijk opstaan, maar ze zat letterlijk vastgelijmd aan haar stoel.

“Jij gaat luisteren” besloot hij vervolgens, met afkeurende blik.

Het is een warme bus, vol spetters en lawaaiige families.

Op de vraag ‘heeft de bus airconditioning?’ is het antwoord ‘oh verdomme, absoluut niet’. Nee, je lijdt enkel, door de broeierige hitte die het aangekoekte braaksel op de stoelen nog meer doet geuren.

De bomen ritselen. Apengeschreeuw. Tentakels glibberen rondom de vochtige takken. Dagjesmensen met dikke brillenglazen schuifelen over de voetpaden diep, diep beneden het bladerdak in de koelte. Ze zijn in het park dat ver in het oosten ligt van die grote, grote stad. Bovenin de bomen groeit iets, komt tot leven. Duizenden vogels, elk anders gevederd, springen onrustig van tak naar tak. Hun kleine kraaloogjes pulseren. Ze kramen steeds luidere, pijnlijker, gorgelende klanken uit. Niemand vermoedt iets, maar het is inmiddels onomkeerbaar: de vogels evolueren.